Opleiding

De opleiding duurt drie jaar en de opbouw per leerjaar ziet er als volgt uit:

Leerjaar 1
Algemeen basisjaar waarin veel aandacht wordt besteed aan de ontwikkeling van de eigen vaardigheden. Stages (beroepspraktijkvorming, ook wel BPV) zijn van oriënterende aard waarbij de student stage in een dansschool loopt. In het eerste leerjaar loop je een halve dag stage in een dansschool.

Leerjaar 2
In leerjaar 2 wordt het lesgeven verder ontwikkeld, de BPV in de dansschool staat in het teken van ervaring opdoen van didactische en pedagogische vaardigheden. In dit jaar staat kerntaak 2 centraal. In het tweede leerjaar loop je 1 dag stage, verdeeld over de week.

Leerjaar 3
De BPV wordt verder uitgebouwd en bij de theorie en praktijkuren staan de keuzedelen en kerntaak 1 en 3 centraal. In leerjaar 3 wordt ook aandacht besteed aan ondernemersvaardigheden.

De opleiding Dansinstructeur is beschreven in het kwalificatiedossier. In dit dossier staat precies wat je moeten weten en kunnen om je diploma te halen. De opleiding bestaat uit een basisdeel, profieldeel en keuzedelen. Hieronder vind je een korte uitleg. 

Meer informatie

Basisdeel en profieldeel

Kerntaak 1
B1-K1 Aanbieden van SB-activiteiten. In de opleiding gaat het specifiek om het aanbieden van danslessen.

Werkprocessen
B1-K1-W1 Bereidt SB activiteiten voor
B1-K1-W2 Voert activiteiten uit
B1-K1-W3 Coacht en begeleidt SB-deelnemers
B1-K1-W4 Beoordeelt het vaardigheidsniveau SB-deelnemers

Kerntaak 2
B1-K2 Organiseren en uitvoeren van wedstrijden, toernooien of evenementen
In de opleiding gaat het om het organiseren en uitvoeren van een klein dansevenement.

Werkprocessen
B1-K2-W1 Stelt een plan op voor een wedstrijd, toernooi of evenement
B1-K2-W2 Bereidt een wedstrijd, toernooi of evenement voor
B1-K2-W3 Voert een wedstrijd, toernooi of evenement uit

Kerntaak 3
B1-K3 Uitvoeren van organisatie- en professie gebonden taken (In de opleiding gaat het om het uitvoeren van organisatie- en professie-gebonden taken die te maken hebben met dansactiviteiten.)

Werkprocessen
B1-K3-W1 Werft en informeert SB-deelnemers
B1-K3-W2 Stemt de werkzaamheden af|
B1-K3-W3 Past EHBSO en reanimatie toe
B1-K3-W4 Verricht beheer- en onderhoudstaken
B1-K3-W5 Voert front- en backofficewerkzaamheden uit
B1-K3-W6 Onderhoudt contacten met relevante personen en organisaties
B1-K3-W7 Werkt aan de eigen deskundigheid
B1-K3-W8 Werkt aan het bevorderen en bewaken van kwaliteitszorg
B1-K3-W9 Evalueert de SB-werkzaamheden

De kwalificatie bevat alleen een basisdeel, er is geen specifiek profieldeel voor deze kwalificatie.

Loopbaan en Burgerschap

Het examen loopbaan en burgerschap (LB) bestaat uit twee delen.

Loopbaan
In het kader van loopbaan werk je twee jaar lang aan een persoonlijk ontwikkelingsplan. Je gebruikt hiervoor een POP-map met hierin opdrachten en criteria. Je studieloopbaan wordt zo in beeld gebracht en ondersteund door gerichte opdrachten op het gebied van deskundigheid, motivatie en amibities. Hierbij ontvang je begeleiding van je slb’er.

De onderdelen die bij je loopbaanoriëntatie en -begeleiding aan bod komen zijn:

  • oriëntatie op je loopbaan;

  • wensen en waarden die van belang zijn voor je loopbaan;

  • onderzoek naar werk en mobiliteit in je mogelijke loopbaan;

  • loopbaangerichte planning en beïnvloeding van je leer- en werkproces;

  • netwerken: contacten opbouwen en onderhouden op de arbeidsmarkt, gericht op je loopbaanontwikkeling

Burgerschap
Binnen de lessen burgerschap wordt aandacht besteed aan:

de politiek-juridische dimensie, je bereidheid en je vermogen om deel te nemen aan politieke besluitvorming (kennis over wetten en rechten en verkiezingen);

de economische dimensie, je bereidheid en je vermogen om een bijdrage te leveren aan het arbeidsproces en aan de arbeidsgemeenschap waar je deel van uitmaakt en je bereidheid en je vermogen om op adequate en verantwoorde wijze als consument deel te nemen aan de maatschappij (o.a. solliciteren en 'ondernemend gedrag');

de sociaal-maatschappelijke dimensie, heeft betrekking op je bereidheid en je vermogen om deel uit te maken van de gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren (begrijpen hoe de Nederlandse samenleving 'werkt').

de dimensie vitaal burgerschap heeft betrekking op je bereidheid en je vermogen om te reflecteren op je eigen leefstijl en zorg te dragen voor je eigen vitaliteit als burger en werknemer (zelfstandig keuzes leren maken, het nastreven van een actieve en gezonde leefstijl.) 

Tijdens de lessen ontvang je allerlei praktische opdrachten waarmee je oefent binnen de genoemde dimensies. Je sluit burgerschap af aan de hand van theorietoetsen en praktische opdrachten. Deze moeten als voldoende zijn beoordeeld.

De vakken

Dansvakken
Gedurende de opleiding leer je veel verschillende dansstijlen toe te passen in de beroepspraktijk. Je krijgt les en begeleiding van vakdocenten die zijn afgestudeerd als dansdocent en/of afkomstig zijn uit de danswereld. De basisvakken zijn urban, hiphop, jazz, ballet, modern en (sportschool-)Trends. Daarnaast kan het voorkomen dat we ook andere dansstijlen in modulevorm aanbieden, verzorgd door gastdocenten uit het binnen- en buitenland.

Tijdens het vak Danstheorie komen de achtergronden van dans, de plaats van dans in de maatschappij en de vakterminologie aan bod.

Les- en leidinggeven
Naast het ontwikkelen van je danstalent om je lesgeefvoorbeeld en choreografiemogelijkheden te vergroten, is het van het grootste belang dat je jouw lesgevende kwaliteiten ontwikkelt. Hier wordt aan gewerkt tijdens de lessen les- en leidinggeven, zowel in de theorie als in de praktijk. Tijdens de praktijklessen wordt aan elkaar lesgegeven in dans, in opdracht van de docent didactiek. Na je studie kun je op een verantwoorde en methodische wijze danslessen en workshops geven. Ter ondersteuning wordt het vak Begeleiden apart als theorievak gegeven, hierbij leer je hoe je omgaat met de verschillende doelgroepen waar je mee te maken krijgt als dansinstructeur. 

Trainingskundige vaardigheden
Tijdens je werk als dansinstructeur heb je te maken met deelnemers die onder jouw leiding fysieke inspanning leveren. Om ervoor te zorgen dat je weet wat inspanning doet met het menselijk lichaam, leer je tijdens de lessen trainingskundige vaardigheden (TKV) zowel in theorie als in praktijk alles over fysiologie en anatomie.

Ondernemerschap  
Je succes als dansinstructeur wordt niet alleen bepaald door je lesgevende kwaliteiten, je moet je ook op zakelijk gebied staande kunnen houden. Tijdens de Ondernemerschapslessen leer je om als professional zelfstandig opdrachten binnen te halen om daardoor financieel in je bestaan te kunnen voorzien. Voor studenten die een eigen onderneming willen opstarten zijn er mogelijkheden binnen de keuzedelen om daar meer over te leren.

Algemene vakken
Theorievakken zijn essentieel voor het welslagen als beroepsprofessional. Zo maken Nederlands, Engels, rekenen, loopbaan en burgerschap en ondernemersvaardigheden deel uit van het vakkenpakket.

 

Keuzedelen

Keuzedelen kiezen
Het Albeda Danscollege kiest ervoor om een aantal keuzedelen verplicht te stellen omdat het belangrijk is om als dansinstructeur in eerste instantie breed opgeleid te zijn. Dan kan je na de opleiding straks in een breed werkveld aan de slag. Het gaat dan om de keuzedelen Instructeur Overige sporten (Trends) en Oriëntatie op ondernemerschap. In leerjaar 2 kan je kiezen voor instructeur yoga of Engels in de beroepscontext A2. Aangezien we proberen in te spelen op de actuele ontwikkelingen kan het zijn dat we het aanbod in de toekomst aanpassen. 

Voor de keuzedelen geldt de volgende diploma-eis:

  • Het gemiddelde van de resultaten van de geëxamineerde keuzedelen binnen de keuzedeelverplichting moet tenminste een 6 zijn.
  • Voor minimaal de helft van deze keuzedelen moet het resultaat tenminste een 6 zijn. (als je er 3 hebt dus 2 van de 3)
  • Een keuzedeelresultaat mag nooit lager zijn dan een 4.
  • Voor de berekening van het gemiddelde van de examenresultaten wordt gerekend met het niet-afgeronde cijfer op 1 decimaal.

Leerjaar 1
Keuzedeel Instructeur overige Sporten: Trends
Binnen dit keuzedeel worden eigen vaardigheidslessen verspreid over alle drie de leerjaren gevolgd zodat je vertrouwd raakt met de mogelijkheden om binnen de sportscholen groepslessen te geven vanuit een dansachtergrond. Het examen bestaat uit het verzorgen van een Trendles, dit zal in semester 2 of 3 afgenomen worden.

Leerjaar 2
Instructeur Yoga
Combinaties van fitness en yoga of/en dans en yoga worden tegenwoordig aangeboden bij verschillende sportscholen en dansscholen. Het is daarom goed om je al tijdens de opleiding tot danscoördinator te specialiseren in yoga-instructie. In dit keuzedeel leer je een dynamische, actieve vorm van yoga zoals Asthanga/Power yoga en Vinyasa yoga, waarbij de nadruk op actieve houdingen en de zonnegroet ligt. Door de herhalende bewegingen train je stabiliteit, kracht, uithoudingsvermogen en leer je het energieniveau te verbeteren. Vinyasa yoga wordt soms ook benoemd als yoga in aerobic stijl. Daarnaast leer je herstellende yoga houdingen (restoratieve yoga = herstellende yoga) als doel voor mentale en fysieke rust, ontspanning van de spieren en ruimte en soepelheid in het lichaam. Vervolgens leer je hoe je hiermee een eenvoudig lesprogramma maakt, hoe je met assistentie een yogales geeft, en hoe je bij anderen kunt zien of ze de basisvormen onder de knie hebben. Door overeenkomsten en verschillen tussen yoga, fitness en dans te ontdekken, wordt je je bewuster van je lichaam en je bewegingen. Vanuit je creativiteit leg je een verbinding tussen yoga, sport en dans. De lessen voor dit keuzedeel worden gegeven bij het vak onderlinge instructie en bij workshops Iyengar Yoga, Astanga Yoga, Yin Yoga en Hatha Yoga. 

Of

Engels

Leerjaar 3
Oriëntatie op Ondernemerschap
In dit keuzedeel ga je op zoek naar de ondernemer in jezelf. Als dansinstructeur kun je besluiten om na je opleiding een eigen bedrijf te starten. Je kunt je met dit keuzedeel al in de opleiding extra verdiepen in dingen die daarbij belangrijk zijn. In de lessen leer je antwoord te geven op praktische vragen als: Wat komt er allemaal kijken bij een eigen bedrijf? Waar moet je allemaal aan denken en over beslissen als je ondernemer wordt? Maar je speelt ook met ideeën voor een onderneming op het gebied van dans, met het promoten en presenteren van jezelf en je ideeën, en met het inschatten van je slaagkans. Uiteindelijk kom je in dit keuzedeel tot een conclusie over jou en ondernemen. Past ondernemer worden goed bij jou? En welke manier van ondernemen past het best? Een interessante zoektocht waarbij je je niet meteen vastlegt op een volledige start van een bedrijf, maar waarbij je wel oefent hiermee en daarbij nuttige kennis opdoet over jezelf als ondernemende dansinstructeur.

Onderwijstijd

Albeda heeft de wettelijke plicht om voldoende lesuren aan te bieden. De lesuren en de uren in de praktijk staan in een overzicht. Dit overzicht heet een Top/studiehandleidingen/sites/default/files/users/user8/Topmodel%20niv%203%202022_0.docxmodel. TOP staat voor: Transparante Onderwijsprogrammering. In het Topmodel kan je zien hoeveel tijd je studie je ongeveer zal kosten.

Er zijn verschillende soorten uren:

  • Begeleide onderwijstijd (BOT): dit zijn uren dat je onder directe begeleiding/verantwoordelijkheid van de school bezig bent. Denk aan praktijk- en theorielessen, maar ook projecten die je onder begeleiding van een docent buiten de school uitvoert of lessen waarbij je op afstand door een docent wordt begeleid.

  • Beroepspraktijkvorming (BPV): Dit zijn de uren waarin je bij een bedrijf of instelling aan het werk bent. BPV vindt altijd plaats met een ondertekende BPV-overeenkomst met een erkend leerbedrijf.

  • Onbegeleide uren: dit zijn uren waarin je zelf thuis of op school werkt aan de opleiding. Denk aan huiswerk, examens waarvoor je leert, werkstukken die je maakt, etc.

  • Studiebelastingsuren: Bij elkaar opgeteld geldt voor ieder studiejaar dat je 1600 uur met je studie bezig bent. Dit noemen we studiebelastingsuren.

    In het overzicht wordt uitgegaan van klokuren (dus 1 uur = 60 minuten).