Rotterdam,
26
juni
2020
|
16:15
Europe/Amsterdam

Norlandia en Albeda openen leerwerkplaats voor studenten pedagogisch werk

Op 25 juni 2020 ondertekenden de directieleden van Norlandia Kinderopvang, Heleen Fischmann, en Edith Wortel van Albeda College Sociaal & Pedagogisch Werk, een samenwerkingsovereenkomst voor de leerwerkplaats bij Norlandia. De leerwerkplaats is een beroepsgerichte leer-werkomgeving die in september van start gaat. Twintig studenten van de mbo-opleidingen Pedagogisch medewerker kinderopvang en Gespecialiseerd pedagogisch medewerker worden in de beroepspraktijk van de kinderopvang opgeleid. Onder begeleiding van twee docenten en een praktijkopleider gaan studenten van Albeda-locatie Alexanderlaan in het gebouw van Norlandia aan de Willem Hedaweg in Overschie aan de slag met theorie- en praktijkopdrachten.

Aanleiding
Norlandia benaderde Albeda vanwege de positieve berichten over andere leerwerkplaatsen in de regio. De organisaties zijn al jarenlang goede partners in het opleiden van pedagogisch medewerkers en hebben hoge verwachtingen van deze vorm van duurzame samenwerking en wederzijdse kennisdeling in de leerwerkplaats.

Gezamenlijke doelstellingen
Heleen Fischmann (Norlandia): “Norlandia en Albeda zien het als een gezamenlijke, maatschappelijke opdracht om studenten inspirerend en effectief op te leiden, waardoor er een goede aansluiting ontstaat met de beroepspraktijk in de kinderopvang. Norlandia voert actief beleid op het gebied van plaatsing en begeleiding van studenten.” Door samen te werken met de opleidingsinstanties kunnen beide organisaties beter inspelen op de leervragen van de studenten. Tevens krijgen studenten op deze manier gerichter onderwijs dat aansluit op de ontwikkelingen binnen de praktijk.

“De leerwerkplaats biedt voordelen voor alle partijen: studenten van Albeda zijn verzekerd van een goede stageplaats en krijgen na het behalen van hun diploma de mogelijkheid om in dienst te treden bij Norlandia. Albeda biedt studenten een inspirerende en beroepsgerichte opleiding”, aldus Edith Wortel van Albeda.