Via het mbo naar het hbo: “Als ik niet eerst een mbo-opleiding had gevolgd, weet ik niet of ik het had gered.”

Aicha Bakkes (25) volgde de opleiding tot onderwijsassistent bij Albeda. Inmiddels is ze laatstejaars Pabo-student. Speciaal voor dit interview kwam ze terug naar de Rosestraat, de locatie waar ze haar opleiding tot onderwijsassistent volgde. Ze blikt terug op haar tijd bij Albeda en de Hogeschool Rotterdam. Aïcha heeft een duidelijke boodschap: “Als ik het allemaal over zou moeten doen, deed ik het precies weer zo: eerst studeren op het mbo en daarna het hbo. De jaren op het mbo hebben me zoveel praktijkervaring opgeleverd. Als ik niet eerst een mbo-opleiding had gevolgd, weet ik niet of ik het had gered op de Pabo.”

De keuze om door te studeren maakt Aïcha halverwege haar mbo-studie. “Op het mbo loop je vanaf het eerste jaar stage”, licht Aïcha toe. “Ik maakte dus al heel snel kennis met de praktijk. De eerste keren was dat best spannend, maar al snel merkte ik dat het me prima afging. Ook de theorie vond ik prima te doen. Toen mijn praktijkbegeleider ook nog bevestigde dat ik het zo goed deed voor de klas, besloot ik: na het mbo ga ik naar de Pabo.”

Praktijkervaring
Aïcha oriënteert zich op de mogelijkheid tot doorstuderen: “Ik moest drie toelatingstoetsen maken. Dat betekende flink blokken en heel wat uurtjes doorbrengen in de bieb.” Aïcha slaagt glansrijk voor de toetsen en na de zomervakantie start ze op de Pabo. In haar klas zitten studenten die doorstromen vanuit het mbo en studenten die via de havo hun weg naar het hbo hebben gevonden. “Het verschil tussen die twee groepen werd al vrij snel duidelijk”, zegt Aïcha. “Ik ben zo blij dat ik eerst drie jaar een mbo-opleiding heb gevolgd. Die praktijkervaring is zo’n rijkdom!” Een flinke voorsprong dus. Betekent dit dan ook dat ze lekker rustig aan kon doen? “Absoluut niet!”, benadrukt Aïcha. “De basis die je legt op het mbo is superfijn, maar er wordt wel meer van je gevraagd op het hbo. Vooral als het gaat om de hoeveelheid theorie en toetsen. Achterover leunen is er zeker niet bij!”

Mooi vak
Aïcha heeft het goed gedaan. Ze is net gestart met haar afstudeerstage. Over een paar maanden mag Aïcha een nieuw papiertje aan haar diplomamap toevoegen. Of het daarbij blijft, weet ze nog niet. “Ik ben me aan het oriënteren op een master. Er is zo veel mogelijk binnen het onderwijs. Het is een mooi vak!”, zegt ze stralend. Op de vraag of ze dat zeker weet – de media berichten nou niet bepaald positief over het primair onderwijs – heeft Aïcha een resoluut antwoord: “Natuurlijk vind ik dat er gekeken moet worden naar het loon en de werkdruk binnen het primair onderwijs. Maar als er dan een jongen uit groep 5 naar me toe komt en zegt: ‘Juf, dank je wel. Je hebt me écht geholpen’, dan kan ik maar tot één conclusie komen: dit is waar ik het voor doe. Hier ligt mijn hart!”