Jongeren / Informatie voor Ouders / Tips voor ouders 
  Albede College www.albeda.nl


 
DNAMC Twitter Hyves Windows Live Favorites Youtube Google  

Tips voor ouders

Wat is een geschikte opleiding voor mijn kind?
Ouders kunnen een belangrijke invloed hebben op de keuze voor een opleiding en beroep van hun kind. Wij hebben een aantal vragen op een rijtje gezet, zodat u samen met uw kind tot een goede beslissing kunt komen.

1. Welke karaktereigenschappen heeft een kind?
- Is uw zoon of dochter een ‘doener’ of een ‘denker’? Een ‘doener’ kiest eerder voor werken en leren. Een ‘denker’ eerder voor school en stage.
- Is een kind slordig, dan is het niet verstandig om een beroep te kiezen waar heel nauwkeurig gewerkt moet worden (apothekersassistent). Is uw kind heel erg verlegen, dan is een beroep waarbij veel contacten moeten worden gelegd niet verstandig (marketing).
Heeft het een zorgzaam karakter, dan is een baan in de verpleging of verzorging een idee. Of is uw kind goed met het invullen van formulieren, dan kan het werk als sociaal dienstverlener een goede keuze zijn.


2. Kan uw kind de opleiding wel aan?
- Over het algemeen geldt: hoe hoger het niveau, des te moeilijker de opleiding. Niet alleen voor wat betreft de theorie, maar ook voor wat er in de beroepspraktijk verwacht wordt. Iemand op niveau 2 of 3 is veelal uitvoerend bezig en kan met problemen bij iemand terecht. Op niveau 4 moet je zelf in staat zijn de problemen oplossen.
- Houdt uw kind niet echt van studeren en is hij of zij liever met de handen bezig, dan is in eerste instantie een niveau 2 of 3 opleiding een prima keuze.
- Natuurlijk is het verstandig om te kijken of uw kind fysiek het beroep wel aankan. Heeft uw kind veel lichamelijke klachten, zoals rugpijn of pijn in de knieën, dan is een beroep als kapper, verpleegkundige of bouwvakker af te raden. Een administratief beroep is dan een betere keuze.


3. In welke beroepen is veel werk te vinden?
- Vooral in de technieksector zijn er veel banen en in de toekomst worden dat er alleen maar meer.
- De decanen van de vmbo-scholen weten heel goed waar veel werk te vinden is en in de toekomst verwacht wordt. Het is belangrijk om met de decanen hierover te praten.
- U kunt ook zelf kijken op de website: www.kansopwerk.nl
Hier is goed te zien in welke beroepen veel vraag naar personeel is.

Wat kunt u doen om de studie- en beroepskeuze van uw kind tot een succes te maken?
1. Praat met uw kind over wat hij of zij graag zou willen.
- Misschien heeft uw kind zelf ideeën over een bepaald beroep, maar er nog nooit met u over gesproken. Op school krijgen de kinderen loopbaanoriëntatie en maken ze soms beroepskeuzetesten. Wat geeft de test aan? Is het kind het ermee eens? Waarom?
- Een kind kiest een beroep met een bijpassende opleiding. Daar moet hij of zij wel zin in hebben, want anders is de kans groot dat er na een bepaalde periode wordt afgehaakt. Hij of zij vindt de lessen of de stage niet leuk, er is weinig motivatie en uw kind moet daardoor misschien wel stoppen vanwege slechte cijfers. Goed van tevoren doorspreken of uw kind er zin in heeft, is dus heel erg belangrijk.

2. Ga samen naar de Open Dagen.
- Tijdens de Open Dagen kunt u zien wat de opleiding en het beroep inhoudt. Er zijn deelnemers en docenten van de opleiding die uw vragen kunnen beantwoorden. Het is leuk om de sfeer te proeven op de school en de lesboeken te bekijken. Bovendien heeft u echt iets om over te praten met uw kind. Wat vindt hij of zij van de gegeven informatie en is de keuze nu veranderd?
- Gaat uw kind met vriendjes en vriendinnetjes naar een Open Dag dan worden er waarschijnlijk niet zulke serieuze vragen gesteld. Zij zijn op zo’n dag vaak meer bezig met leuke presentjes en de gezellige muziek. Ze kijken ook of de school dichtbij huis is en sluiten zich snel aan bij wat hun vrienden kiezen. Als de ouders meegaan dan wordt er gelet op waar het echt om gaat: een opleiding die bij het kind past!

3. Praat met de mentor of decaan.
- De mentor van het vmbo kent uw kind. Hij weet hoe het leren gaat, is op de hoogte van de behaalde resultaten en weet hoe de deelnemer zich gedraagt op school. De decaan kent uw kind van de loopbaanoriëntatie. Hij kent de uitslagen van testjes en bespreekt bepaalde keuzes. Bovendien kunt u in een gesprek met deze mensen vragen stellen over een vervolgopleiding en beroep. Vooral de decaan kent de MBO-opleidingen en kan inschatten of een bepaalde school of opleiding bij uw kind past.

4. Naar het toelatingsgesprek.
- Na aanmelding voor de opleiding krijgt uw zoon of dochter een uitnodiging voor een toelatingsgesprek (intakegesprek). Het wordt op prijs gesteld als u meegaat. Het is natuurlijk de bedoeling dat uw kind het gesprek voert, maar ondertussen hoort u wel alles wat er besproken wordt. U ontmoet iemand van de opleiding en aan het eind van het gesprek kunt u eventueel ook nog vragen stellen. Uw aanwezigheid heeft geen invloed op het feit of uw kind toegelaten wordt tot de opleiding.


Wat kunt u doen om uw kind te blijven stimuleren als met de opleiding is gestart?
1. Naar de eerste ouderavond.
- Vrijwel iedere opleiding heeft in de eerste maanden een ouderavond. Soms wordt deze zelfs door de deelnemers georganiseerd. U krijgt hier een uitnodiging voor en het is natuurlijk een mooie gelegenheid om de docenten te spreken, de ouders van andere deelnemers en de klasgenoten van uw kind te ontmoeten.
- Verder is het ook belangrijk dat u uw telefoonnummer en eventueel emailadres aan de klassendocent, mentor of coach geeft. Hij of zij kan u makkelijk bereiken als er problemen of vragen over uw zoon of dochter zijn.

2. Praat met uw kind.
- Hoe vind je het op school?
Probeer door te vragen bij antwoorden als: leuk of vervelend. Wat vind je leuk en wat vind je vervelend? Hoe komt dat? Ben jij de enige die dat vindt? Praat je er met de docent over?
- Het is belangrijk als ouder te weten hoe een kind het op school vindt, want als een deelnemer tevreden is, dan gaat het met de studie meestal wel goed. Als een deelnemer niet tevreden is, dan heeft dat vaak gevolgen voor de schoolresultaten of zelfs voor het voortzetten van de studie.

- Moet je hard werken?
Hard werken is niet erg, maar er moet wel tijd zijn voor ontspanning. In bepaalde perioden moet er soms hard gewerkt worden, zoals tijdens toetsweken, afronding van de stage en de voorbereiding voor presentaties. Als blijkt dat uw kind heel veel tijd in de studie steekt, maar de resultaten zijn slecht, dan kan het betekenen dat de studie te moeilijk is. Dan is het belangrijk een gesprek aan te gaan met een mentor, coach of klassendocent. In deze situatie kan uw kind gedemotiveerd raken en soms is het een oplossing om de opleiding op een lager niveau voort te zetten.

- Ben je altijd bij elk lesuur?
Spijbelen is vaak een teken dat het niet goed gaat op school. Bovendien: waar is uw kind als er gespijbeld wordt? In de stad of bij vrienden die ook spijbelen? U kunt er niet zonder meer vanuit gaan dat uw kind het eerlijk vertelt als het niet alle lessen volgt. Op het MBO komt jammer genoeg ook lesuitval voor, maar we proberen altijd zoveel mogelijk invulling aan de uitgevallen uren te geven.
Bereikt de absentie de grens van 10 procent, dan krijgt de deelnemer een waarschuwing en bij herhaling mag hij of zij niet meer deelnemen aan toetsen en examens. Dit heeft gevolgen voor de studievoortgang. Is een deelnemer regelmatig afwezig dan neemt de school, bij minderjarige kinderen, contact op met de ouders of verzorgers. Als u denkt dat uw kind spijbelt neem dan gerust contact op met de mentor, coach of klassendocent.


Voor ouders om over na te denken

1. Uw kind moet op het MBO zelfstandiger zijn.
- Op het MBO wordt van de deelnemers verwacht dat ze steeds zelfstandiger worden. In het eerste jaar zijn de lessen nog veelal klassikaal en gestructureerd, maar naarmate de opleiding vordert wordt er van de deelnemer meer initiatief en verantwoordelijkheid verwacht. Anders dan op het vmbo hebben alle lessen op het MBO een relatie met het beroep waarvoor uw kind wordt opgeleid.
- Aan de andere kant gaat uw kind zich ook zelfstandig voelen. Hij of zij reist met het openbaar vervoer of gaat met de fiets naar school. Er wordt veel van hem of haar verwacht en ze zijn ook met een volwassen zaak bezig: een beroep leren. Toch is het goed om af en toe door die zelfstandigheid heen te prikken, want ze worden soms geconfronteerd met zaken waar ze het moeilijk mee hebben. Zoals klasgenoten, onvoldoendes of moeilijke stages. Het is dan belangrijk om belangstelling te tonen en te blijven praten over de opleiding.

2. Klasgenoten die veel ouder zijn.
- Op het MBO komt het voor dat er studenten zijn die eerst (een gedeelte van) een andere opleiding hebben gevolgd. Zij zijn dus ouder dan de vmbo-ers die net van school komen. Zij rijden al in een auto of hebben naast hun studie een parttime baan of zelfs al een gezin.

3. Samenwerken in groepjes.
- Op het MBO wordt de deelnemer voorbereid op een beroep. In heel veel beroepen moet je kunnen samenwerken en dat leer je hier dus ook. Bepaalde opdrachten maak je in groepjes en de samenwerking is net zo belangrijk als het resultaat van de opdracht. Dit kan wel eens conflicten geven, maar ook dat is een leermoment. Je leert conflicten te hanteren onder begeleiding van je mentor, coach of klassendocent.

4. Meer reistijd.
- De MBO-opleiding ligt over het algemeen verder weg dan de middelbare school en de deelnemer is meer tijd kwijt aan reizen. De lessen beginnen doorgaans om half negen ’s ochtends en dat betekent dus: vroeg op en soms laat thuis.
- Reizen is vermoeiend en maakt een schooldag met acht lesuren behoorlijk lang. De deelnemer moet hier rekening mee houden, ook in verband met bijbaantjes en andere activiteiten buiten school.
- Uw kind gaat ook stage lopen. Afhankelijk van de stageplek kan het betekenen dat uw kind al heel vroeg de deur uitgaat. Als een stage bijvoorbeeld om 7.15 uur ’s ochtends begint dan kan het zijn dat uw kind al om 6.15 uur de deur uitgaat. Ook in de wintermaanden!
- Denk er ook aan dat een MBO-student van 16 of 17 jaar nog geen OV-kaart heeft en dat de reiskosten behoorlijk kunnen oplopen.

5. Stage lopen.
- Uw kind gaat een beroepsopleiding volgen en afhankelijk van de opleiding soms al na enkele weken stage lopen. Stage lopen vergt heel veel energie. Er worden veel nieuwe indrukken opgedaan, nieuwe mensen ontmoet en er is soms stress over opdrachten die gedaan moeten worden. De docent begeleidt de deelnemers tijdens de voorbereiding en bij het uitvoeren van de stage.
- Ondertussen wordt er contact onderhouden met de stageplaats en er zijn regelmatig gesprekken over de voortgang. Ook vinden er evaluaties en beoordelingen plaats. Meestal wordt er vanuit de school een stageplaats geregeld. In sommige gevallen krijgt uw kind een stagevergoeding. Afhankelijk van de opleiding wordt er de hele week stage gelopen. Het kan ook voorkomen dat een week bestaat uit vier dagen stage en een dag school.

6. Contact met docenten.
- De afstand tussen de MBO-opleiding en uw huis is vaak letterlijk groter dan u gewend was met de middelbare school. Daarnaast gaat uw kind zich zelfstandiger gedragen en dat wordt ook van hem of haar verwacht. Maar dat betekent niet dat de ouders op de achtergrond moeten blijven in het contact met de docent, coach of teamleider. Integendeel!
- Docenten hebben juist heel veel behoefte om ouders of verzorgers te spreken over vorderingen of het gedrag van hun deelnemer. Tijdens de intake geven deelnemers vaak alleen hun eigen mobiele nummer en soms ook het huistelefoonnummer. Als de deelnemer ziek is en beide ouders werken, dan krijgt de docent vaak alleen het zieke kind aan de telefoon.
- Een docent is blij met contact met de ouders als het goed gaat, maar juist ook als het minder goed gaat met de deelnemer. Soms zijn er thuis problemen en is het goed als de docent dat weet. Soms gaat het op school minder goed en dan is het fijn als we een van de ouders kunnen bereiken.
- Vrijwel alle opleidingen organiseren een of meerdere ouderavonden.



U bent meer dan welkom om de school te bezoeken, docenten te spreken en om klasgenoten van uw kind te ontmoeten.



© 21/06/2011